donderdag 15 januari 2015
dinsdag 30 december 2014
Afscheid van HEM
Het begon op zijn zachtst gezegd veelbelovend allemaal. Met
2014 in zicht had ik eindelijk weer eens goede voornemens. En wat voor. Ik zou
meer gaan sporten. Ik zou minder dingen doen waar ik geen zin in had. Ik zou
eindelijk weer eens een echt leuke jongen tegenkomen. En ik zou op hakken leren
lopen. Ongeveer op het moment dat ik dit allemaal bedacht kwam HIJ huilend uit
een glazen huis in Leeuwarden.
De eerste maanden van het nieuwe jaar gingen crescendo. Ik
was overal in Europa. Op de redactie deed ik het WK Voetbal. Er waren muziek en
vrije tijd en De Technicus. En af en toe keek ik uit het raam en zag HEM wegrijden
van de parkeerplaats.
Totdat ik op een middag in juli niet meer van de bank af kon
komen. En vervolgens niet op vakantie kon, en niet meer viool spelen en niet
naar concerten. Niks meer eigenlijk. Kort daarvoor was De Technicus al uit
beeld verdwenen. Of het ermee te maken had dat hij in de afbeelding van HEM op
mijn koelkast tegen een collega aankeek, blijft gissen.
Liggend op bed sloeg de balans opeens door naar de treurige
kant. Mijn voornemen om op hakken te leren lopen had ik duur betaald. De
leukste jongen sinds jaren was weg, en even later ook de kans op de baan
waarvan ik jaren had gedroomd. Ik deed weliswaar niets meer waar ik geen zin in
had, maar alles wat wél leuk was kon ook niet meer. Het enige voornemen dat ik
tot in den treure ten uitvoer bracht was sporten. Wandelen vooral, kilometers
wandelen. Af en toe kwam ik HEM ergens tegen, terwijl HIJ dingen deed die duidelijk
leuker waren dan mijn zoveelste pijnlijke wandeling. HIJ wel.
Inmiddels sta ik ongeveer op dat punt waarop ik vorig jaar
om deze tijd ook stond. Weer komt er een nieuw jaar aan. Weer zat HIJ in een
glazen huis. Een Go-Pro voorkwam dat de finale weer veranderde in een tranendal.
Misschien vond HIJ, net als ik, dat-ie wel genoeg gehuild had het afgelopen
jaar.
Tijd dus, om het oude het oude te laten. Om de gemiste
kansen, De Technicus en het grootste deel van mijn rugpijn achter te laten in
2014. En na een jaar vol grappen van collega’s en vrienden, tot en met
gearrangeerde handdrukken aan toe, mag HIJ daar eigenlijk wel bij. Zelf gaf ik telkens
weer de voorzet, met mijn talloze opmerkingen over ’s mans appetijtelijke uiterlijk.
En alle lachbuien vol pijnscheuten in mijn rug dankzij de steeds wildere fantasieën
van anderen heb ik er graag voor over gehad. Maar nu is het klaar.
Doe in 2015 maar gewoon meer leuk. Minder moeilijk. Én een
Iphone. Ook zonder Coen Swijnenberg moet dat te doen zijn.
zondag 9 november 2014
Voor de 25e keer zes
Het moment zelf ontgaat mij volledig. Ik lig in bed. Diep
in slaap, met een duim in mijn mond en een blos op mijn wangen. Dromend over de
dag die is geweest. Op 9 november 1989 ben ik zes jaar geworden.
Beneden zet mijn vader de tv aan. Even kijken of er nog
wat gebeurd is vandaag. Met open mond staat hij in de kamer. De Muur is
gevallen. Wat niemand ooit voor mogelijk had gehouden, is zomaar echt gebeurd.
Dit is het verhaal zoals het mij al kort na die bewuste
negende november is verteld. En zoals het tot op de dag van vandaag wordt
herhaald. Ook vandaag word ik weer zes. Voor de 25e keer.
Het verhaal blijft bijzonder, elk jaar opnieuw. Ook omdat
de Val van de Muur onbedoeld zo’n invloed gehad heeft op mijn leven. Mede door
alle verhalen over de Muur besluit ik na het VWO geschiedenis te gaan studeren.
En om uiteindelijk zelf voor ruim een jaar naar Berlijn te gaan.
Daar woon ik om de hoek
bij de Bornholmer Straße, waar de grens als eerste openging
in die novembernacht. En daar was ik verliefd als nooit tevoren en nooit meer
daarna. Op een Wessi, die als kind in Berlijn dacht dat elke Duitse stad een
muur had.
Vandaag zal ik proosten. Op de Val van de Muur. En op dat
meisje van 6. Dat niet het minste benul had welke levensbepalende gebeurtenis
zich aan het voltrekken was. Dat slechts droomde van haar nieuwe fiets.
zondag 2 november 2014
Ode aan Frank Snoeks
Gistermorgen tijdens mijn wandeling kwam ik meerdere
studenten op slippers tegen. Dat leek me persoonlijk een beetje overdreven.
Maar dat er, terwijl de thermometer bijna de twintig graden aantikte, om
Nederlandse titels werd geschaatst in Thialf, was ook niet helemaal normaal. En
dat dan ook nog eens zonder Frank Snoeks.
Afgelopen week was hij te gast bij De Wereld Draait Door, om te vertellen over ruim twintig jaar
schaatscommentaar. Kennelijk was al langer bekend dat hij er dit seizoen niet
meer bij zou zijn, maar dat was mijn even ontgaan. Zijn taalgebruik, zijn
gevoel voor sfeer en zijn aandacht voor de mens achter de sporter werden
terecht de hemel in geprezen. Frank zelf hield het erop dat hij de
omstandigheden nogal mee had gehad.
Goh, Frank Snoeks niet meer langs de ijsbaan. Wie moet ons
nu dan toch vertellen dat Roberto Sighel eigenlijk boswachter is? Of dat één of
andere non-descripte schaatsster uit Roemenië een oom heeft die groot geworden
is in de handel in stofzuigers? Het afscheid van Snoeks markeert daarmee ook
het einde van een tijdperk dat voor mij al langer voorbij is, maar waar hij wel
nadrukkelijk deel van uitmaakte.
Dat is het tijdperk waarin winter én zomer in het teken
stonden van schaatsen. Want als meisje van een jaar of 14 werd ik, met dank aan
de Olympische Winterspelen van Nagano, volledig verliefd op de schaatssport. Op
Jan Bos en Erben Wennemars in het bijzonder, maar daar hoeven we het hier
verder niet over te hebben. Liever ga ik terug naar die maandagmorgen in
februari, waarop ik spijbelde om de 1500 meter voor vrouwen te kunnen zien. Frank Snoeks vroeg zich luidkeels af watTimmertje ging doen. En de rest is geschiedenis.
Frank was er ook bij toen Gerard van Velden goud won op de Olympische Spelen van Salt Lake City.
Dat deed hij op een zaterdagavond, terwijl we in Deurningen de verjaardag van
vriendin K. vierden. Weer zag ik zo’n outsider er met de hoofdprijs vandoor
gaan. In discotheek New York hoste ons clubje later nog uren op het ritme
‘Ge-rard van Vel-den’. De betrokkenen weten het nu nog.
En tenslotte was Frank er ook in die februarinacht in 2010.
Weken voor die betreffende 1500 meter voor mannen hadden vriend W. en ik al
afgesproken dat we samen zouden kijken. Dat voornemen hielden we vast toen
bleek dat dat midden in de nacht zou zijn. En zelfs toen hij op de dag zelf
snipverkouden bleek en ik er een doorwaakte nacht op had zitten vanwege de val
van het kabinet Balkenende IV zetten we door. Lijkbleek, met kringen onder onze
ogen en stevig ingepakt in dekentjes hingen we op de bank. Toen Mark Tuitert
aan de start verscheen schamperden we: ‘Die zal wel weer vallen.’ Maar dat deed hij niet. Zodat de
werkelijkheid inderdaad mooier werd dan de droom, zoals Snoeks een dag later
bij de uitreiking van de medailles zou verzuchten. En ik volledig verkreukeld en
met een hoofd van beton, in het holst van de nacht fluitend naar huis fietste.
Altijd was hij erbij, Frank Snoeks. Lulde al die 10
kilometers van schaatsers uit Bulgarije, Moldavië en andere landen waar geen
mens naartoe wil vol met nutteloze feiten waar niemand wat aan heeft. Wist tot
in hondersten van seconden nauwkeurig wat het PR van Gunda Niemann op de 1500
meter was toen ze nog schaatste voor de DDR. En speelde bovenal een prachtige
rol in een aantal van mijn mooiste sportherinneringen.
Frank Snoeks is een held. Dat het maar gezegd is.
woensdag 15 oktober 2014
Gezien: U kunt nog stemmen
Als ik de klok ruim tien jaar terug zet woon ik opeens weer
op een zolderkamer in Groningen. Donderdagavond is weer stapavond. In het
weekend schaats ik in Hengelo. En er is Idols. Een programma waar ik vanaf het
begin een hekel aan heb gehad, maar waaraan op zeker moment niet meer viel te
ontkomen. Jim en Jamai waren overal.
In ‘U kunt nog stemmen’, een documentaire van Emma Westerman, waren dat dan ook de enige namen en gezichten die ik nog kende. Dat
er ook ooit een Bas, een Joel en een Zosja op het podium hadden gestaan heb ik
volledig gemist. En dat is precies waar deze documentaire om draait.
Want met name de plotselinge bekendheid was voor alle tien
deelnemers even overdonderend. Net zoals de oorverdovende stilte die daar voor
de meesten na het Idols-avontuur op volgde. Allemaal hadden ze een droom toen
ze op die stip gingen staan. En voor allemaal pakte het uiteindelijk anders
uit. Gewenst of niet.
Reünies zijn fascinerend. Mensen terugzien in een context
die er niet meer is levert vaak verrassende taferelen op. Van openhartigheid,
schaamte en een portie ongemak. Dat alles komt terug. Stukken interessanter dan
Idols zelf ooit is geweest.
zondag 21 september 2014
Dag zomer!
Gisteravond liep ik er weer langs, langs die muurschildering
bij mij om de hoek: ‘Een straat in de zon, en uit een open raam je
lievelingsmuziek.’ Een prachtige tekst vind ik dat. Je voelt de warmte van een
zwoele zomeravond. Van alle hoop en verwachting die altijd kleven aan die mooiste
maanden van het jaar.
Mijn voorjaar leek de perfecte aanloop naar zo’n zomer als
in die tekst. De lente was er vroeg bij. Oranje leek tegen alle verwachtingen
in wereldkampioen te worden. Eindelijk waren daar de hakken waarop ik al sinds
1 januari mijn goede voornemen van dit jaar wilde inlossen. Opeens was hij er
ook.
Totdat de klad erin kwam. Oranje strandde in de halve
finale. In korte tijd was ik veel te vaak veel te ver van huis. En de
verbinding tussen hem en mij begon te storen, totdat-ie uiteindelijk wegviel.
Het was in die dagen dat mijn nieuwe hakken me het laatste
zetje gaven. Dansen in een park in Brighton ging nog net, maar eenmaal
thuisgekomen stond ik zo scheef als de toren van Pisa. Opeens bestonden de
dagen uit liggen en pijn. Terwijl mijn vrienden het terras op gingen legde ik
therapeutisch maar weer eens mijn been in mijn nek. En toen Ulysses uitkeek
over de Cliffs of Moher keek ik nog steeds naar het plafond. Om onduidelijke redenen steken er twee
schroeven uit.
Twee maanden pijn, twee maanden helemaal niks. Toch was het
geen verloren tijd. Want nog nooit zag ik zoveel van de stad als tijdens mijn
zomerse hernia-wandelingen. De Domtoren in de avondzon. Vrolijk zwaaiende peuters.
Dat echtpaar dat ’s avonds zo knus op de bank zit. De reiger bij de vijver in
het park. En altijd wel ergens dat open raam en die muziek.
Voeg daarbij de vele gesprekken op de rand van mijn bed.
Over de boodschappen die ik nodig heb of het kleurboek voor volwassenen (nee,
het is niet belachelijk!). Maar ook over hoe het was om te werken tijdens de
ramp met de MH17. En over de vaststelling dat de wereld soms niet draait zoals
je zou willen. Die schroeven in het plafond veranderden daar niks aan.
Maar waardevolle gesprekken waren het wel.
Inmiddels gaat het heel langzaam beter. Minder pijn. Halve dagen werken. Af en toe weer een kop koffie in een café. Ik,
hater van kou en sneeuw, kan niet wachten tot de winter, als ik hopelijk mijn
normale leven weer terug heb. Huppelend als een jonge hinde op snowboots, met
in mijn achterhoofd de vele onverwacht bijzondere momenten uit de zomer van
2014.
Dag zomer! Als je volgend jaar weer terugkomt doe ik weer
met je mee.
Maar voortaan wel op slippers.
Abonneren op:
Posts (Atom)

